De salderingsregeling laat je de stroom die je met je zonnepanelen teruglevert wegstrepen tegen de stroom die je van het net afneemt. Je betaalt alleen over het verschil — inclusief het belastingdeel, en dat is waar de regeling zijn waarde vandaan haalt. Op 1 januari 2027 stopt saldering.
Veel mensen weten wel dát de regeling stopt, maar niet precies wat ze kwijtraken. Dit artikel legt uit hoe saldering nu werkt, wat het verschil is tussen salderen, terugleververgoeding en terugleverkosten, en waarom die drie begrippen door elkaar worden gehaald.
Wat is saldering?
Salderen betekent letterlijk: verrekenen. Je zonnepanelen wekken overdag stroom op. Een deel gebruik je direct in huis, de rest gaat het net op. ’s Avonds en in de winter haal je stroom terug van het net.
Zonder saldering zouden dat twee losse posten zijn: je betaalt voor alles wat je afneemt en krijgt een kleine vergoeding voor alles wat je teruglevert. Mét saldering worden die twee tegen elkaar weggestreept, kilowattuur voor kilowattuur, tegen de volledige consumentenprijs.
De regeling bestaat sinds 2004 en is vastgelegd in de Elektriciteitswet 1998. De overheid voerde hem in toen zonnepanelen nog duur waren en het rendement zich nog moest bewijzen. Dat doel is bereikt: er liggen inmiddels panelen op miljoenen daken.
Waarom saldering zoveel waard is
Het antwoord zit in de opbouw van je stroomprijs. Wat je per kilowattuur betaalt bestaat uit drie delen: het leveringstarief, de energiebelasting en de btw. Alleen het eerste deel gaat naar je leverancier — het grootste stuk van je stroomprijs is belasting.
Als je saldeert, streep je een teruggeleverde kilowattuur weg tegen een afgenomen kilowattuur inclusief dat belastingdeel. Je krijgt dus niet alleen de inkoopwaarde terug, maar ook de belasting die je over die kilowattuur had moeten betalen. Dat is het echte voordeel van de regeling, en precies het deel dat vanaf 2027 verdwijnt.
Gebeurt salderen per maand of per jaar?
Per jaar. Saldering wordt verrekend over je volledige verbruiksperiode, op je jaarafrekening. Het maandbedrag dat je betaalt is een voorschot; de werkelijke verrekening gebeurt aan het eind.
Dat is belangrijker dan het lijkt. Doordat het over een heel jaar loopt, kun je een zomeroverschot wegstrepen tegen een winterverbruik. Je zonnepanelen leveren in juni het meest en je verwarming en verlichting vragen in januari het meest — saldering overbrugt die zes maanden voor je, op papier.
Wek je over het hele jaar méér op dan je verbruikt? Dan wordt dat overschot niet gesaldeerd. Daarvoor krijg je een vergoeding van je leverancier, en die ligt een stuk lager dan de consumentenprijs.
Salderen, terugleververgoeding en terugleverkosten
Drie termen die vaak door elkaar lopen, terwijl ze verschillende dingen zijn.
Salderen is het wegstrepen zelf. Wettelijk geregeld, gelijk voor iedereen, en verdwijnt op 1 januari 2027.
Terugleververgoeding is het bedrag dat je per kilowattuur krijgt voor stroom die je teruglevert en niet kunt salderen. Nu geldt dat alleen voor je jaaroverschot; vanaf 2027 voor alles wat je teruglevert. Bij een vast contract is die vergoeding tot 2030 wettelijk minimaal de helft van het kale leveringstarief, dus zonder belasting en btw. Bij een dynamisch contract krijg je de actuele marktprijs, die op een zonnige zomermiddag laag of zelfs negatief kan zijn.
Terugleverkosten zijn een kostenpost die leveranciers in rekening brengen voor het feit dát je teruglevert. Die zijn niet wettelijk geregeld en verschillen sterk per leverancier en per contract. Ze staan los van de salderingsregeling en verdwijnen dus niet in 2027.
Kort gezegd: salderen is een recht, de terugleververgoeding is een opbrengst met een wettelijke ondergrens, en terugleverkosten zijn een uitgave zonder wettelijke bovengrens.
Wat het scheelt: een rekenvoorbeeld
Een huishouden met zonnepanelen die 4.000 kWh per jaar opwekken en een verbruik van 3.500 kWh. Gemiddeld gebruikt zo’n huishouden ongeveer 30% van de opwek direct zelf: 1.200 kWh. Er gaat dan 2.800 kWh het net op en er komt 2.300 kWh van het net af.
Nu, met saldering. Die 2.800 teruggeleverde kilowattuur strepen de 2.300 afgenomen kilowattuur volledig weg. Voor je stroomverbruik betaal je netto niets. Over de resterende 500 kWh krijg je een terugleververgoeding.
Vanaf 2027, zonder saldering. Je betaalt de volle prijs over 2.300 kWh — bij € 0,30 per kWh is dat € 690. Daar staat een terugleververgoeding tegenover van ongeveer € 0,06 per kWh over 2.800 kWh, dus zo’n € 168, waar eventuele terugleverkosten nog vanaf gaan.
Het verschil zit rond de € 500 tot € 550 per jaar. Niet omdat je minder opwekt, maar omdat je opwek en je verbruik niet meer op hetzelfde moment plaatsvinden en je ze niet meer tegen elkaar mag wegstrepen.
Wat blijft er wel
Eén ding verandert niet: stroom die je gebruikt op het moment dat je panelen hem opwekken komt nooit langs je meter. Die is en blijft gratis, met of zonder saldering. Zet je de wasmachine aan terwijl de zon schijnt, dan betaal je daar niets voor.
Daar zit dan ook het hele antwoord op de vraag wat je na 2027 kunt doen: zorgen dat een groter deel van je opwek binnenshuis blijft in plaats van het net op gaat. Verbruik verschuiven naar de middag, stroom opslaan in een batterij, of je overschot omzetten in warmte en die vasthouden tot ’s avonds.
Welke van die drie het meeste oplevert, hangt af van je woning en je verbruikspatroon. In het volgende artikel zetten we een thuisbatterij en een warmtebuffer naast elkaar, met de kosten per opgeslagen kilowattuur erbij.
Benieuwd hoeveel van jouw zonneoverschot je kunt vasthouden als warmte? Vul je verbruik en je warmtebron in, dan rekenen we het door.