De thermostaat staat op 20 graden, maar toch pak je een dikke trui of kruip je onder een deken. Hoe kan dat?
Waarom voelt 20 graden koud, terwijl de thermostaat aangeeft dat de kamer gewoon op temperatuur is? Dat komt doordat comfort door veel meer wordt bepaald dan alleen de temperatuur van de lucht.
Koude ramen en muren, tocht, de vloer, luchtstromen en de manier waarop een woning wordt verwarmd hebben allemaal invloed op hoe warm een ruimte daadwerkelijk aanvoelt.
Waarom voelt 20 graden koud?
Een thermostaat meet meestal de luchttemperatuur op één plek in de ruimte. Dat betekent niet automatisch dat alles om je heen ook 20 graden is.
Stel dat de lucht in de woonkamer 20 graden is, maar een groot raam of een buitenmuur veel kouder is. Je lichaam geeft warmte af aan die koudere oppervlakken. Daardoor kun je het koud hebben terwijl de thermostaat gewoon 20 graden aangeeft.
Het RIVM noemt onder andere het buitenklimaat, de isolatie, hoeveelheid glas en het verwarmings- en ventilatiesysteem als factoren die invloed hebben op het thermisch comfort in een gebouw. Ook tocht en koude vloeren kunnen ervoor zorgen dat een ruimte minder comfortabel voelt.
De temperatuur van muren en ramen telt mee
Niet alleen de lucht verwarmt je lichaam. Ook de oppervlakken om je heen hebben invloed.
Een goed geïsoleerde binnenmuur kan bijna net zo warm aanvoelen als de lucht in de kamer. Een slecht geïsoleerde buitenmuur of oud raam kan veel kouder zijn.
Wanneer je dicht naast zo’n koud oppervlak zit, kan 20 graden daardoor heel anders aanvoelen dan midden in een goed geïsoleerde kamer.
Dat verklaart ook waarom een gerenoveerde woning soms comfortabeler voelt bij 19 graden dan een slecht geïsoleerde woning bij 21 graden.
Het gaat dus niet alleen om hoe warm de lucht is, maar ook om hoeveel warmte je woning vasthoudt.
Tocht kan 20 graden veel kouder laten voelen
Een andere belangrijke oorzaak is tocht.
Koude lucht kan bijvoorbeeld binnenkomen langs ramen, deuren, de brievenbus of het kruipluik. Die bewegende koude lucht voert warmte van je lichaam af.
Volgens Milieu Centraal kan een woning met veel naden en kieren daardoor kouder aanvoelen. Het alleen hoger zetten van de thermostaat lost het onderliggende probleem niet op en verhoogt juist het energieverbruik.]
Het dichten van ongewenste kieren kan daarom veel doen voor het comfort.
Goede ventilatie moet daarbij wel behouden blijven. Ventileren is belangrijk voor een gezond binnenklimaat en helpt onder andere om vocht uit de woning af te voeren.
Een koude vloer maakt veel verschil
Ook de vloer heeft veel invloed op hoe warm een kamer aanvoelt.
Je kunt een luchttemperatuur van 20 graden hebben terwijl de vloer aanzienlijk kouder is. Vooral bij oudere woningen zonder goede vloerisolatie kan dit merkbaar zijn.
Je voeten verliezen dan voortdurend warmte aan de vloer.
Het gevolg is herkenbaar: de thermostaat staat goed, maar toch voelen je voeten en benen koud.
Het RIVM noemt hinder door koude vloeren specifiek als onderdeel van thermisch comfort.
Goede vloerisolatie kan daarom niet alleen energie besparen, maar ook het comfort verhogen.
Waarom vloerverwarming anders aanvoelt
Dit verklaart ook waarom vloerverwarming vaak als comfortabel wordt ervaren.
Bij traditionele radiatoren ontstaat veel warmte rondom de radiator en stijgt warme lucht omhoog. Hierdoor kunnen grotere temperatuurverschillen in de kamer ontstaan.
Vloerverwarming gebruikt juist een groot oppervlak om warmte af te geven. De vloer wordt warmer en de warmte wordt gelijkmatiger over de ruimte verdeeld.
Daardoor kan een kamer comfortabel aanvoelen zonder dat de thermostaat extreem hoog hoeft te staan.
Dat betekent niet automatisch dat vloerverwarming in iedere woning de beste oplossing is. Isolatie, woningtype en het verwarmingssysteem blijven belangrijk.
Is luchtvochtigheid de oorzaak?
Luchtvochtigheid heeft ook invloed op het binnenklimaat, maar het is niet verstandig om ieder gevoel van kou direct aan droge lucht toe te schrijven.
Het RIVM geeft aan dat temperatuur, vocht en andere factoren gezamenlijk invloed hebben op hoe het binnenmilieu wordt ervaren. Er bestaat daarom niet één ideale luchtvochtigheid die voor iedere woning en iedere persoon hetzelfde comfort geeft.
Te veel vocht is bovendien niet wenselijk. Vochtige omstandigheden kunnen schimmelproblemen veroorzaken en hangen samen met luchtwegklachten
Alleen een luchtbevochtiger neerzetten omdat een woning koud aanvoelt is daarom meestal niet de eerste oplossing.
Verwarming gaat niet alleen over temperatuur
Een comfortabel huis draait uiteindelijk om meer dan de thermostaat.
Het doel van een verwarmingssysteem is niet alleen om de lucht zo snel mogelijk naar 20 graden te brengen. Het is prettig wanneer de temperatuur daarna ook gelijkmatig blijft.
Grote temperatuurschommelingen kunnen ervoor zorgen dat een woning het ene moment behaaglijk en even later alweer fris aanvoelt.
Daarom spelen isolatie, warmteafgifte en de manier waarop warmte wordt geproduceerd allemaal samen een rol.
Warmtepomp en een stabiele temperatuur
Een warmtepomp past goed bij een gelijkmatige manier van verwarmen.
Waar een cv-ketel relatief snel hoge temperaturen kan leveren, werkt een warmtepomp meestal met lagere watertemperaturen en langere draaitijden.
In combinatie met bijvoorbeeld vloerverwarming kan daardoor gedurende langere tijd gelijkmatig warmte worden afgegeven.
In plaats van de woning eerst flink te laten afkoelen en daarna snel weer op te warmen, draait het systeem meer om het behouden van een comfortabele temperatuur.
Maar ook een warmtepomp krijgt te maken met wisselende warmtevraag.
En daar kan warmteopslag een extra rol spelen.
Wat heeft warmteopslag met comfort te maken?
Comfort in huis draait niet alleen om hoe warm het op één moment is, maar vooral om hoe stabiel die warmte blijft.
De warmtevraag van een woning verandert gedurende de dag. De buitentemperatuur daalt, deuren gaan open en dicht en sommige ruimtes worden op bepaalde momenten meer gebruikt dan andere.
Wanneer de warmtebron steeds direct op iedere verandering moet reageren, kunnen grotere temperatuurverschillen ontstaan. Met warmteopslag ontstaat meer rust in het systeem.
Een buffervat slaat warmte tijdelijk op en maakt deze later weer beschikbaar. Daardoor hoeft warmte niet altijd precies op hetzelfde moment te worden geproduceerd als waarop de woning deze nodig heeft.
Warmte produceren en warmte opslaan
Een Hydrobag is geen warmtebron, maar een vorm van warmteopslag.
De warmte kan afkomstig zijn van verschillende bronnen. Denk bijvoorbeeld aan een warmtepomp, cv-ketel, heatpipes, zonnecollectoren of een andere warmtebron.
De warmtebron produceert de warmte en de Hydrobag slaat deze tijdelijk op.
Wanneer de woning later warmte nodig heeft, kan de opgeslagen energie opnieuw worden gebruikt voor bijvoorbeeld radiatoren, vloerverwarming of warm water.
Hierdoor kunnen warmteproductie en warmtegebruik beter op elkaar worden afgestemd.
Hoe kan een Hydrobag bijdragen aan comfort?
Wanneer er warmte beschikbaar is in een buffer, kan het verwarmingssysteem deze gebruiken wanneer de warmtevraag stijgt.
Dat kan helpen om grotere schommelingen in de temperatuur te voorkomen. In plaats van steeds opnieuw veel warmte te moeten produceren, is er al een hoeveelheid warmte beschikbaar.
Vooral bij systemen die graag gelijkmatig werken, kan dit interessant zijn.
Het doel is daarbij niet om een woning extra warm te maken. Het doel is om de beschikbare warmte slimmer te verdelen en de temperatuur zo stabiel mogelijk te houden.
Warmte opslaan met een Hydrobag
Een Hydrobag is een flexibel buffervat waarin verwarmd water wordt opgeslagen.
Een traditioneel groot buffervat neemt vaak veel ruimte in en is niet altijd eenvoudig in een bestaande woning te plaatsen. Doordat de Hydrobag flexibel is, kan deze bijvoorbeeld in een kruipruimte, garage of andere beschikbare ruimte worden geplaatst.
Dat maakt het mogelijk om een grotere hoeveelheid warmte op te slaan zonder dat er een groot stalen vat in de technische ruimte hoeft te staan. Welke warmtebron daarbij wordt gebruikt, hangt af van de woning en het bestaande energiesysteem.
Is de thermostaat hoger zetten de oplossing?
Wanneer 20 graden koud aanvoelt, is de eerste reactie vaak om de thermostaat op 21 of 22 graden te zetten. Dat zorgt natuurlijk voor meer warmte, maar het lost niet altijd de oorzaak van het koude gevoel op.
Wanneer warmte snel verdwijnt door tocht, een koude vloer, slecht geïsoleerde muren of oude ramen, wordt vooral meer energie gebruikt om hetzelfde comfort te bereiken.
Het is daarom verstandig om eerst te kijken waar het koude gevoel vandaan komt.
Een stabiel binnenklimaat ontstaat door meerdere onderdelen goed op elkaar af te stemmen: isolatie, warmteafgifte, de warmtebron en eventueel warmteopslag.
Samenvatting: waarom voelt 20 graden soms koud?
Waarom voelt 20 graden koud? Omdat de temperatuur op de thermostaat maar één onderdeel is van hoe comfortabel een woning aanvoelt.
Koude ramen, muren, vloeren, tocht, isolatie en de manier waarop warmte door de woning wordt verdeeld hebben allemaal invloed.
Daarom kan 20 graden in de ene woning comfortabel voelen en in een andere woning juist fris. Een comfortabel verwarmingssysteem draait uiteindelijk om warmte produceren, warmte vasthouden en warmte beschikbaar hebben wanneer deze nodig is.
Goede isolatie helpt om warmte binnen te houden. Een passende warmtebron zorgt voor de productie van warmte. Warmteopslag met een Hydrobag kan ervoor zorgen dat een deel van die warmte tijdelijk wordt opgeslagen en later opnieuw kan worden gebruikt.
Zo hoeft comfort niet alleen te betekenen dat de thermostaat steeds een graad hoger wordt gezet.