Saldering stopt op 1 januari 2027. Vanaf dat moment mag je de stroom die je teruglevert niet meer wegstrepen tegen de stroom die je afneemt. Je krijgt nog wel een vergoeding voor teruglevering, maar die ligt fors onder wat je voor stroom uit het stopcontact betaalt. Het verschil tussen die twee bedragen is precies waarom zelf gebruiken vanaf 2027 het hele verhaal wordt.
Hieronder de datum, de rekensom, en wat je met je overschot kunt doen als wegstrepen geen optie meer is.
Wanneer stopt saldering precies?
De salderingsregeling geldt tot en met 31 december 2026. Vanaf 1 januari 2027 is de regeling weg — in één keer, zonder afbouwperiode en zonder overgangsregeling. Er komt ook niets voor in de plaats.
Dat staat vast. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel aan op 14 november 2024, de Eerste Kamer op 17 december 2024. De afschaffing ligt daarmee wettelijk vast en is geen politieke discussie meer. De officiële toelichting staat op rijksoverheid.nl.
Je hoort soms nog dat de regeling geleidelijk zou worden afgebouwd. Dat waren eerdere plannen die het niet gehaald hebben. De regeling stopt in één keer.
Wat verandert er op je energierekening?
Nu worden je afname en je teruglevering met elkaar verrekend op je jaarnota. Je betaalt alleen over het verschil. Vanaf 2027 worden het twee losse posten: je betaalt de volle prijs voor alles wat je van het net haalt, inclusief energiebelasting en btw, en je krijgt een vergoeding voor alles wat je teruglevert.
Een rekenvoorbeeld voor een gemiddeld huishouden. De tarieven zijn indicatief — vul je eigen contract in voor jouw situatie.
Uitgangspunten
- Zonnepanelen wekken 4.000 kWh per jaar op
- Verbruik: 3.500 kWh per jaar
- Direct zelfverbruik: 30% van de opwek, ofwel 1.200 kWh (landelijk gemiddelde volgens Milieu Centraal)
- Afname van het net: 2.300 kWh
- Teruglevering: 2.800 kWh
- Stroomprijs inclusief belasting en btw: € 0,30 per kWh
- Kaal leveringstarief: € 0,12 per kWh
Tot en met 2026 (met saldering) Je 2.800 teruggeleverde kWh strepen je 2.300 afgenomen kWh helemaal weg. Voor je stroomverbruik betaal je netto niets. Over het overschot van 500 kWh krijg je een kleine vergoeding.
Vanaf 2027 (zonder saldering) Je betaalt 2.300 kWh × € 0,30 = € 690 voor je afname. Daar staat een terugleververgoeding tegenover. Bij een vast contract is die wettelijk minimaal 50% van het kale leveringstarief, dus ongeveer € 0,06 per kWh: 2.800 × € 0,06 = € 168. Veel leveranciers brengen daarnaast terugleverkosten in rekening; die staan niet in de wet en verschillen per contract.
Onder de streep verandert je jaarrekening met ruwweg € 500 tot € 550. Bij een dynamisch contract krijg je de actuele marktprijs voor je teruglevering — op zonnige zomerdagen is die soms nul of negatief, op winteravonden juist hoog.
De kern: een kWh zelf gebruiken is vijf keer meer waard
Zet de twee bedragen naast elkaar en het plaatje is simpel:
| Waarde per kWh | |
|---|---|
| Zelf gebruiken op het moment van opwekken | € 0,30 (je hoeft die kWh niet in te kopen) |
| Terugleveren aan het net | ± € 0,06 |
Elke kilowattuur die je binnenshuis houdt is dus ongeveer vijf keer zoveel waard als dezelfde kilowattuur die je het net op stuurt. Dat is de hele reden dat “meer zelf verbruiken” vanaf 2027 het advies is dat je overal terugziet.
Het probleem is alleen dat je grootste overschot ontstaat op momenten dat je thuis niets verbruikt: rond het middaguur, op werkdagen, in het zonseizoen. Je overschot verplaatsen naar het moment dat je het wél nodig hebt — dat is de opgave.
Wat als saldering stopt: drie routes
1. Je verbruik verschuiven naar de middag. Wasmachine, vaatwasser en het laden van een auto in de zonuren. Kost niets, levert direct wat op, maar je verschuift maar een paar kilowattuur per dag en niet in de winter.
2. Stroom opslaan in een thuisbatterij. Werkt en levert je bruikbare elektriciteit op, maar de kosten per opgeslagen kilowattuur zijn hoog en de terugverdientijd hangt sterk af van je contract en je verbruikspatroon.
3. Je overschot omzetten in warmte en die opslaan. Ongeveer een derde tot de helft van het energieverbruik in een gemiddelde woning gaat naar verwarming en warm water. Warmte opslaan is per opgeslagen kilowattuur veruit de goedkoopste vorm van opslag, en met een warmtepomp maak je van 1 kWh stroom ongeveer 4 kWh warmte.
Warmteopslag: wat het wel en niet doet
Een warmtebuffer is een watervat dat warmte vasthoudt die je later gebruikt. Draait je warmtepomp op de middag, op je eigen zonnestroom of op goedkope uren van een dynamisch contract, dan gaat die warmte de buffer in. ’s Avonds tap je hem er weer uit, zonder dat je dan stroom van het net hoeft te kopen.
Wat het oplevert: het deel van je zonneoverschot dat je nu voor zes cent wegstuurt, gebruik je zelf voor warmte die je anders voor dertig cent had moeten inkopen. Bij een woning met een warmtepomp is dat het grootste stuk zelfverbruik dat er te halen valt.
Wat het níet doet, en dat willen we eerlijk gezegd hebben: je zomeroverschot bewaren tot januari kan niet. Een warmtebuffer overbrugt een dag naar een avond, en afhankelijk van je woning, isolatie en warmtevraag soms enkele dagen. Seizoensopslag is het niet, en iedereen die dat wel belooft rekent zich rijk. De winst zit in het dagelijkse ritme: overdag vullen, ’s avonds en ’s nachts gebruiken — het hele jaar door, elke dag opnieuw.
Wat kun je op een warmtebuffer aansluiten?
Een buffervat is bronneutraal. Het slaat warmte op, ongeacht waar die vandaan komt — en het maakt niet uit of je warmte opwekt met stroom, met de zon of met hout. In de praktijk wordt een Hydrobag gevoed door:
- Een warmtepomp, all-electric of hybride. Met een buffer draait de warmtepomp langer achter elkaar op laag vermogen in plaats van kort en vaak aan- en uitslaan. Dat scheelt verbruik en slijtage, en het maakt het mogelijk om te stoken op je eigen zonnestroom of op de goedkope uren van een dynamisch contract.
- Zonnecollectoren of heatpipes, die overdag warmte rechtstreeks aan de buffer leveren zonder dat er stroom aan te pas komt.
- Een cv-houtkachel, pelletkachel of houtvergasser. De piek aan vermogen die je cv-installatie niet direct kwijt kan, gaat de buffer in in plaats van verloren.
- Je bestaande cv-ketel, ook in een hybride opstelling. De ketel hoeft dan minder vaak bij te springen.
- Een elektrisch element in de buffer. De eenvoudigste manier om zonneoverschot rechtstreeks in warmte om te zetten als je nog geen warmtepomp hebt.
Meerdere bronnen tegelijk kan ook. De Hydrohub-regeling bepaalt welke bron wanneer levert en in welke volgorde ze worden ingezet — bijvoorbeeld eerst de zon, dan de warmtepomp, en de ketel pas als laatste.
Aansluiten op wat je al hebt
Belangrijk als je al een werkende installatie hebt: een warmtebuffer is een aanvulling, geen vervanging. Je cv-ketel, warmtepomp of kachel blijft gewoon staan en blijft doen wat hij deed. Het vat wordt in het bestaande cv-circuit opgenomen, met de bestaande warmtebron als leverancier en je bestaande radiatoren of vloerverwarming als afnemer.
Je hoeft dus niet eerst je verwarming te vervangen om iets met je zonneoverschot te kunnen doen. Voeg je later een tweede bron toe — zonnecollectoren nu, een warmtepomp over twee jaar — dan hangt die aan hetzelfde vat. Dat maakt het ook een logische eerste stap voor wie in fasen verduurzaamt.
Bij een Hydrobag komt daar een praktisch punt bij: het is een flexibel EPDM-vat dat opgevouwen door een kruipluik gaat. Daardoor kun je 1.000 of 2.000 liter kwijt in de kruipruimte, op de plek waar een stalen vat van dat formaat simpelweg niet naar binnen komt. En de combinatie van een Hydrobag met heatpipes en circulatiepomp staat bij RVO geregistreerd als compleet zonneboilersysteem, waarmee je in aanmerking komt voor ISDE-subsidie.
Wat je nu nog kunt doen
- Kijk hoeveel je werkelijk teruglevert. Je jaarnota of de app van je leverancier laat zien hoeveel kWh je hebt teruggeleverd. Dat getal is straks je jaarlijkse verlies in beeld.
- Check je contract op terugleverkosten. Die verschillen sterk per leverancier en zijn niet wettelijk begrensd.
- Reken je eigen situatie door met de tarieven uit jouw contract in plaats van de gemiddelden hierboven.
- Bepaal waar je warmtevraag zit. Heb je een warmtepomp, zonnecollectoren of een houtkachel, dan is warmteopslag vrijwel altijd de goedkoopste manier om je zelfverbruik te verhogen.
- Wacht niet tot januari met oriënteren. Installatiecapaciteit is in het eerste kwartaal van 2027 het schaarst.
Veelgestelde vragen
Wanneer stopt de salderingsregeling precies? Op 1 januari 2027. De regeling geldt tot en met 31 december 2026.
Wordt de salderingsregeling geleidelijk afgebouwd? Nee. Eerdere plannen gingen uit van een afbouw, maar de regeling stopt in één keer.
Krijg ik na 2027 nog iets voor teruggeleverde stroom? Ja, een terugleververgoeding. Bij een vast contract is die tot 2030 wettelijk minimaal 50% van het kale leveringstarief. Bij een dynamisch contract krijg je de actuele marktprijs.
Zijn zonnepanelen na 2027 nog rendabel? Ja, maar het rendement verschuift van terugleveren naar zelf verbruiken. Hoe meer van je opwek je zelf gebruikt, hoe korter je terugverdientijd blijft.
Kan ik een warmtebuffer aansluiten op mijn bestaande verwarming? Ja. Het vat wordt opgenomen in je bestaande cv-circuit en werkt met de warmtebron die je al hebt: een warmtepomp, een cv-ketel, zonnecollectoren of een cv-houtkachel. Je hoeft je installatie niet te vervangen, en een tweede bron kun je er later bij aansluiten.
Verandert er iets aan de stroom die ik direct zelf verbruik? Nee. Stroom die je gebruikt op het moment dat je panelen hem opwekken komt nooit langs de meter en blijft gratis. Dat is precies waarom zelfverbruik verhogen zoveel oplevert.
Wil je weten hoeveel van je zonneoverschot je in warmte kunt vasthouden? Vul je verbruik en je warmtebron in en we rekenen het voor je door.